Meditatie
...mannen en vrouwen van de weg...
(Handelingen 9:2)
Wij zijn gewend om volgelingen van de Here Jezus aan te duiden als 'christenen'. Deze aanduiding komt echter niet van volgelingen van Jezus zelf, maar van buitenstaanders. De heidense bevolking in Antiochië begon ermee om hen/ons zo te noemen (zie Handelingen 11:26).
De volgelingen van Jezus zelf gebruikten andere benamingen om zichzelf aan te duiden. Lukas spreekt steeds over 'mensen van de weg' (Handelingen 9:2), maar ook 18:25-26, 19:9, 19:23, 22:4, 24:14 en 24:22).
Ik vind dit wel een mooie benaming. Wat zijn christenen? Dat zijn 'mensen van de weg'. Mensen die de Here Jezus navolgen, hun weg gaan met Hem. Christen zijn is niet het onderschrijven van een rij geloofsopvattingen, maar het gaan van een weg, een manier van leven.
Het 'gaan van een weg' geeft beweging aan. Christen zijn is niet een statisch iets, maar het is dynamisch. Op verschillende momenten in je leven is je geloof steeds weer anders. Er zijn momenten waarop zekerheid overheerst, maar ook momenten van twijfel en angst. Er zijn momenten van diepe dankbaarheid en blijdschap, maar ook momenten van lauwheid of van boosheid.
Het gaan van een weg heeft ook iets onzekers. Je weet immers niet precies hoe de weg zal gaan. Het gaat soms over een mooi geplaveid pad, waarin God je kracht geeft om de taken te doen die Hij je geeft. Maar andere perioden gaat het juist door bergen en dalen. In het donker zie je Hem dan soms niet meer. Als je niet oppast kun je ook zo van de weg afraken, want deze weg is een smalle weg.
Eén van de mooie dingen van deze weg is wel dat je hem niet alleen gaat. Ieder die deze weg opgaat ontmoet ook andere 'mensen van de weg'. Bij die mensen, broeders en zusters uit de gemeente, herken je dikwijls veel van de weg die zij gaan, omdat je die zelf ook gaat. Juist die herkenning geeft verbondenheid en steun.
Het belangrijkste van deze weg is dat Jezus Christus voorgaat. Het is de weg achter Hem aan. Steeds weer mag je op deze weg merken, net als de Emmaüsgangers, dat er een 'derde' bij komt. Hij spreekt tot ons door Zijn Woord en deelt regelmatig brood en wijn uit. Hij gaat ons voor. Ook in de moeilijke trajecten waar een kruis moet worden gedragen. Hij weet wat dat is en kan ons daarom ook daarin nabij zijn en voorgaan.
Het mooiste op deze weg komt nog. We mogen gaan in de hoop dat onze weg uitkomt bij de Here God, in Zijn eeuwig Koninkrijk. De Here Jezus heeft immers door Zijn offer aan het kruis de weg tot de Vader gebaand. Daarom mogen we de weg met goede moed gaan. Het lijden onderweg zal niet opwegen tegen de heerlijkheid die aan het einde van deze weg geopenbaard zal worden. Dat geeft moed om verder te gaan, aan alle 'mensen van de weg'.
Ik sluit af met twee verzen uit het bekende lied 'Jezus ga ons voor'.
Valt de weg ons lang, zijn wij klein en bang, sterk ons Heer, om zonder klagen achter U ons kruis te dragen. Waar Gij voor ons trad, is het rechte pad.In de woestenij, Heer, blijf ons nabij met uw troost en met uw zegen tot aan 't eind van onze wegen. Leid ons op uw tijd in Uw heerlijkheid.
ds D.M. Heikoop