Meditatie
Lezen: Spreuken 6:1-11
Ga tot de mier, luiaard, zie zijn wegen en word wijsSpreuken 6:6
De spreukendichter geeft praktische aanwijzingen voor het leven. Als je moeite hebt om uit je bed te komen wanneer de zon hoog staat en de oogst moet naar binnen worden gebracht, krijg je later spijt (vers 9-11). Een mooi voorbeeld wordt aangehaald uit de natuur: de mier. Mieren zijn een ijverig volkje, verstandig bovendien. Zonder aanvoerder weten ze precies wanneer ze in actie moeten komen. In de zomer hebben ze het druk. Dan moet de voedselvoorraad veilig worden gesteld.
Dit beeld spreekt ook nu nog aan, zeker in de agrarische sector. Als je in het voorjaar en in de zomer te lang blijft liggen, komt er uiteindelijk niet veel terecht van je bedrijf. Later heb je spijt dat je bleef liggen, terwijl het allang dag was en de zon hoog aan de hemel stond. Deze les voor het gewone leven, die nu misschien niet eens zo heel nodig is in onze toch al opgezweepte tijd, kan ook geestelijk worden uitgelegd. Paulus vergelijkt het evangelie van Jezus’ opstanding immers met de ‘dag’. Het licht is opgegaan.
Gedragen we ons geestelijk niet vaak alsof het nog nacht is?
We kunnen nog wel even in het donker blijven. Nog even blijven
liggen, alsof het nog niet licht is. Ook dan klinkt het: Ga tot de mier,
luiaard, zie zijn wegen en word wijs. Paulus zou zeggen: Ontwaakt
gij die slaapt en staat op uit de dood. Je kunt te laat opstaan, de
zomer van je leven verslapen. Voedsel moet je verzamelen wanneer
het groeit en in de periode dat je daarvoor de krachten hebt.
Geestelijk geldt dat ook. Je weet niet of er een later komt. En als er
een later komt, weet je niet of je het Woord nog kunt vinden. Je
kunt te oud zijn, te ziek, te moe, te hard van hart. Daarom moet je
het zoeken in je goede jaren. Dan heb je een voorraad aan geestelijk
voedsel, dan heb je schatten verzameld in de hemel, die niet in
waarde verminderen. Neem de les van de mier dan ook in geestelijk
opzicht ter harte:
Sjaak