Meditatie

Vreemde vogels

… Tamar… Rachab… Ruth… de vrouw van Uria… Maria…
(Mattheüs 1)

Moet je je daar druk om maken? Een koningin die een moskee bezoekt en de daarbij gepaste kledij draagt, uit respect voor haar gastheren? Het meest opmerkelijke vond ik dat in die moskee even een vrouw in het middelpunt stond. Dàt past niet in die cultuur! En toch was ze er.

Zo is het ook opmerkelijk dat in het register van het voorgeslacht van onze Here en Heiland Jezus Christus een vijftal vrouwen genoemd wordt. Opmerkelijk omdat in die cultuur vrouwen ook niet genoemd werden. In vrijwel geen enkele geslachtslijst komen ze voor. Alleen hier.
En wat voor vrouwen. Zondaressen en heiligen, heidense en Joodse vrouwen!

Neem nou Tamar.
Een meisje dat verloofd was met een kleinzoon van Jakob. Maar haar aanstaande man kwam te overlijden. Naar de gewoonte van die tijd werd ze als vrouw aan diens broer gegeven.
Maar ook die stierf voordat Tamar nageslacht had gekregen. De derde broer in de rij was nog te jong en schoonvader Juda was niet van zins Tamar met hem te laten trouwen. Er rustte immers een vloek op haar!.
Maar Tamar nam het recht in eigen hand en zorgde er voor dat ze zwanger werd van haar schoonvader. Overspel! Erger nog: incest! Beide verdienden naar de maatstaven van toen de dood.
Juda erkent dat en laat haar in leven en zo kwam ze te staan in de rij van voorouders van de Verlosser.

Dan Rachab.
Eigenares van een herberg. Waarbij ook seksuele dienstverlening aan haar klanten voor haar de normaalste zaak van de wereld was. Maar zij klampte zich vast aan de God van Israël en mocht leven, toen Jericho verwoest werd. Door haar huwelijk kwam zij daarna terecht in diezelfde lijn van geslachten waaruit de Here Jezus geboren zou worden.

Vervolgens Ruth.
Een heidense en tegelijk een heilige. Een vrouw die haar hele hebben en houden, haar hele reputatie op het spel zet om recht te laten geschieden. Gelovig, deugdzaam, moedig, toegewijd. Het bracht ook haar een plaats in de lijn van Jezus.

Dan de vrouw van Uria.
Als haar man weg is, neemt ze in het volle zicht van het paleis van koning David een bad, met het bekende gevolg dat David overspel met haar pleegt en, wanneer ze zwanger is, zijn daad probeert te bedekken door haar man te laten ombrengen. Mogelijk was ze ook van heidense komaf. Haar man was dat in ieder geval wel: een buitenlandse huursoldaat.

De laatste vrouw in de rij is Maria.
Zij die zich in geloof overgaf aan de wil van God, en bereid was de dood te riskeren. Want wie zou haar verhaal van de engel geloven?

Zo zien we in de rij van voorouders van de Here Jezus vijf vrouwen genoemd. Heiligen en heidenen, zondaressen en gelovigen, Joodse vrouwen en vreemdelingen.

Het bijzondere is dat Jezus hen allemaal in zijn voorgeslacht wilde hebben. Want Hij is Verlosser voor mannen en vrouwen, voor schuldige zondaren en voor diep gelovige mensen, voor Joden en heidenen. Voor Hem is niemand te slecht, niemand te veracht, niemand te min. En zelfs heiligen hebben een Verlosser nodig!

Daarom is er ook voor ons hoop, en uitzicht. Want wij zijn niet anders, of beter dan die lange rij van mensen die Mattheüs ons noemt. Ook voor ons is de Here Jezus gekomen. Ook wij mogen er bij horen. En ook die asielzoeker, dat kind uit een asociaal gezin, die man die ooit vastzat voor mishandeling, die vrouw met een verleden waarover je liever niet praat.

Jezus kwam voor allemaal. En allen ontvangen ze nieuw leven, wanneer ze in geloof met Hem verbonden zijn, omdat Hij voor hen de dood is doorgegaan.

Ds. H. van Wingerden