Meditatie
Goede beheerders
1 Petrus 4:7-11Soms zijn er van die uitdrukkingen in de Bijbel die je opeens opvallen. Dat gebeurde mij tijdens een toerustingsavond in Noordhorn. Er werd gelezen uit 1 Petrus 4, waarin vers 10 staat dat we de ander moeten dienen met de genadegaven die God ons heeft gegeven, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God. Het woord beheerder viel me op. Het kan worden vertaald met schatkistbeheerder, of ook manager. Het is in ieder geval een term met een economische lading die aangeeft dat het onze opdracht is om op een zorgvuldige manier om te gaan met de gaven die God aan ons heeft gegeven.
Het is dan natuurlijk belangrijk om te weten wat het doel is van de gaven die God geeft. Dat staat er ook duidelijk bij: God heeft die gegeven om elkaar te dienen. In de vervolgverzen legt Petrus dat uit: je kunt de gave hebben om te spreken. Zorg er dan voor dat je woorden van God spreekt. Als je dient doe het dan uit kracht die God schenkt. Want alles heeft uiteindelijk als doel dat God verheerlijkt wordt. Het gaat dus om het dienen van elkaar en het eren van God. Daarvoor heeft God gaven gegeven.
Wat betekent dit? Om mee te beginnen dit: een goede beheerder zet de middelen die er zijn op de goede plaats in. Als iemand ergens geen gave voor heeft, moeten we diegene er niet mee belasten. Het levert niet alleen frustraties op, maar het maakt ook dat de gaven die iemand wel heeft gekregen niet tot hun recht komen. De tijd en energie worden immers al gespendeerd aan iets anders.
Een andere gedachte is dat we ons niet afzijdig mogen houden. Iedereen heeft immers gaven gekregen waarvan God wil dat we die inzetten. (Valse) bescheidenheid heeft geen recht van spreken in de gemeente van Christus. Hij wil juist dat we wat we hebben gekregen inzetten voor een ander. Het zou een ander kunnen schaden wanneer je de genadegaven niet gebruikt en God krijgt dan ook niet de eer die Hem toekomt.
Wanneer we hier nog wat verder over doordenken betekent het ook dat trots een vreemde eigenschap is. Alles hebben we immers slechts gekregen. Wat je doet, doe je ook niet omwille van jezelf, maar van een ander en bovendien tot eer van God.
We kunnen ook nog deze conclusie trekken: je hoeft niet meer te geven dan dat je hebt. Dat hoort ook bij goed beheer. Operationeel in het rood gaan is onder normale omstandigheden geen teken van goed beheer. We moeten ook zuinig zijn op elkaar en op onszelf.
Zeker aan het begin van een nieuw seizoen is het goed om deze dingen te overwegen. Ten slotte nog dit: laten we God danken voor de gaven die Hij aan ons geeft en erop vertrouwen dat Hij ons genoeg gegeven heeft en zal geven om de ander te dienen en Zijn naam te verheerlijken.
ds. Sjaak van den Berg